Vandaag, een dag ná Moederdag, wil ik toch even stilstaan bij moeders. Gewoon in het algemeen. Want eerlijk? De wereld zou compleet instorten zonder moeders.
Dan bedoel ik niet alleen biologisch gezien. Al schijnt dat tegenwoordig ook alweer een ingewikkelde discussie te zijn waar iemand met blauw haar en een linkse inslag vast een andere mening over heeft. Prima. Zoek het uit. Ik houd het simpel: zonder moeders zijn we reddeloos verloren.
Moeders zijn de motor van een gezin. De agenda. De planning. De emotionele klantenservice. De EHBO-post. De voedingsdeskundige. De psycholoog. Degene die exact weet waar die ene verdwenen gymschoen ligt terwijl de rest van het gezin al drie dagen in complete paniek leeft.
Als ik eerlijk ben, heb ik dat misschien pas écht leren begrijpen toen ik mijn moedertje verloor. Vijftien jaar geleden alweer. Bizar hoe iemand er niet meer kan zijn, maar toch nog iedere dag ergens aanwezig blijft. In kleine dingen. Manieren van praten. Blikken. Gewoontes. Dat veilige gevoel dat je vroeger eigenlijk volledig vanzelfsprekend vond.
En ergens heeft mijn vrouw dat stokje later ongemerkt overgenomen. Niet als vervanging natuurlijk – dat kan niet – maar wel als dat nieuwe anker in mijn leven. De persoon die ervoor heeft gezorgd dat ik eindelijk een beetje rust vond in mijn hoofd. Wat op zich al een prestatie van olympisch niveau is.
Ik dacht vroeger oprecht dat liefde vooral draaide om spanning, vuurwerk en emotionele achtbanen. Blijkt dus complete onzin. Liefde zit juist in rust. In iemand die zonder iets te zeggen een eiwitshake voor je klaarzet na een zware training. In samen lachen om totale onzin. In jezelf mogen zijn zonder continu op je tenen te lopen.
En mijn vrouw? Die wil helemaal niet genoemd worden in blogs, laat staan dat ik een foto plaats. Dus als je dit leest: sorry schat. Voor deze ene keer. Want ik meen het oprecht als ik zeg dat jij de reden bent dat ik nog overeind sta. Dat ik überhaupt nog besta.
Jij hielp me uit een diep dal toen ik zelf allang niet meer wist waar boven of beneden zat. En alsof dat nog niet genoeg was, nam je ook mijn zoon vanaf dag één op alsof het je eigen kind was. Niet gespeeld. Niet geforceerd. Gewoon vanzelfsprekend. Met liefde, geduld en warmte. Dat vergeet ik nooit meer.
En samen hebben we twee meiden gekregen die mijn hele kijk op het leven veranderd hebben. Alles wat ik doe, is uiteindelijk voor hen. Om herinneringen te maken. Om er te zijn. Om ze later hopelijk een jeugd mee te geven waar ze met warmte op terugkijken en vooral ook om ze eraan te blijven herinneren aan wie ze dat allemaal te danken hebben.
Hun moeder. De vrouw waar mijn wereld om draait. Zoals eigenlijk de hele wereld om moeders draait.
Niet één zondag per jaar.
Altijd.
