Er moet serieus een moment zijn geweest waarop iemand compleet van het padje was en dacht: ‘We noemen dit een stoel.’ En dat de rest – waarschijnlijk net zo ver heen – zei: ‘Ja, goed plan.’ Klaar. Stoel.
Ik zie het echt voor me. Een paar van die hoge heren rond een hallucinerend kampvuur, die willekeurig woorden en klanken tegen dingen aan gooien. Want laten we eerlijk zijn, het gaat toch werkelijk nergens over.
Afijn, tot we een jaar of twee zijn gaat het nog wel. Dan klinkt alles nog vrij logisch. Een hond is gewoon een woef. Een koe een boe en een kat is miauw. Gewoon logisch en iedereen op de wereld begrijpt wat we bedoelen.
Maar ja, die heren rond dat kampvuur hebben kennelijk die memo gemist. Ze zijn niet overtuigd en besluiten dat het na ons tweede levensjaar over is met de pret. Dan gaan we plotseling strooien met geluiden die volledig uit de (hallucinerende) lucht gegrepen zijn.
Ik bedoel, stoel. Hoe kom je erbij op? Waarom niet iets totaal anders. Frik, bloink of doenk? En het mooiste is nog: op datzelfde moment gebeurt er ergens aan de andere kant van de wereld precies hetzelfde. Alleen kiezen ze daar voor कुर्सी (Kursee) en ‘chair’. En iedereen in de omgeving stemt er gewoon mee in.
Woorden bedenken is blijkbaar nog niet ingewikkeld genoeg. Op een gegeven moment denkt iemand: ‘Weet je wat nog leuker is? Laten we het ook nog eens totaal onlogisch maken.’
Ik ben, jij bent en hij… is. Want dat is lekker willekeurig. En als kers op de taart niet ‘wij bennen’. Nee, ‘wij zijn’. Hoe kom je erop? Wie keurt dat goed? En waarom heeft niemand ooit gezegd: ‘Zullen we dit gewoon even recht trekken?’
Hetzelfde met tellen. Eén wordt eerste. Twee wordt tweede. En dan drie… derde. Niet driede. Nee, derde. En wij leren dat dus gewoon aan onze kinderen. Met een stalen gezicht. ‘Nee, het is niet ik loopte, het is ik liep.’ Waarom? ‘Ja… zo is het nou eenmaal.’
Dat is misschien nog wel het mooiste. We doen alsof er logica achter zit, maar diep van binnen weten we allemaal: die is er niet. We hebben gewoon ooit collectief besloten dat dit het is en sindsdien houden we elkaar eraan.
Als schrijver probeer ik me daar dus dagelijks een weg doorheen te fietsen. Door dat complete, bizarre taaldoolhof. Ook zo’n woord trouwens, ‘fietsen’. Wie heeft dat ooit bedacht? Waarom niet ‘rolstap’ of ‘trapding’? Maar goed, laten we daar maar helemaal niet aan beginnen, want dan kom ik er helemaal niet meer uit.
