Mijn prinsessen

‘Mama moet centjes verdienen’, zegt mijn vrouw laatst tegen onze jongste dochter van bijna twee. Zonder één seconde twijfel kijkt ze omhoog en antwoordt: ‘Nee, papa!’

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Best bijzonder eigenlijk. Zeker omdat het bij ons thuis helemaal niet zo traditioneel is als dat antwoord doet vermoeden. Mijn vrouw werkt gewoon. Sterker nog: ze verdient waarschijnlijk nog beter dan ik en is zeker een stuk rijker. Toch lijkt onze dochter ergens al het idee te hebben dat papa degene is die ‘de centjes verdient’.

Wij hebben haar dat niet wijs gemaakt. We lopen hier niet dagelijks in jaren vijftig-rollenspellen door het huis en ik zit zeker niet iedere avond met een krant en pantoffels in een fauteuil. Blijkbaar ontstaat zoiets gewoon.

Net als bij mijn oudste dochter. Die ‘verdwijnt’ soms even naar boven en komt een half uur later naar beneden als een Disney-prinses. Welke prinses? Dat antwoord moet ik jullie schuldig blijven, maar het is in ieder geval inclusief jurk, vlechtjes, sieraden en lipgloss. Vooral veel lipgloss, want dat schijnt essentieel te zijn wanneer je een prinses bent.

Het grappige is: ook dat stimuleren wij helemaal niet bewust. Wij vertellen nergens dat meisjes zich ‘zo horen’ te gedragen. Sterker nog, mijn dochter klimt net zo makkelijk in bomen, rent door de modder en hangt regelmatig ondersteboven aan speeltoestellen alsof ze auditie doet voor Ninja Warrior Junior.

Dat kan dus blijkbaar prima samen en toch voelt het soms alsof we de afgelopen jaren zijn gaan doen alsof verschillen tussen jongens en meisjes vooral zijn aangeleerd. Alsof alles volledig neutraal hoort te zijn. Jongens moeten zachter, gevoeliger en zorgzamer worden. Meisjes stoerder, harder en vooral niet te meisjesachtig. Want dat laatste voelt tegenwoordig bijna verdacht.

Terwijl ik me oprecht afvraag: wat als een deel gewoon vanzelf ontstaat? Wat als kinderen, zonder dat wij daar enorm op sturen, zelf bepaalde voorkeuren ontwikkelen? Omdat iets ergens misschien tóch een beetje ingebakken zit?

Daar mag je tegenwoordig bijna niet meer hardop over nadenken zonder dat er meteen iemand met een opiniestuk, podcast of draadje op X klaarstaat om je uit te leggen dat je achterloopt op de tijd. Terwijl ik het juist fascinerend vind om te zien.

Misschien zijn kinderen uiteindelijk toch minder maakbaar dan wij volwassenen soms hopen en misschien moeten we daar ook niet zo bang voor zijn. Het wordt namelijk pas ongemakkelijk wanneer volwassenen gaan bepalen wat kinderen vooral níét meer mogen zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *