De tijd van de Goedheiligman breekt weer aan en dat betekent natuurlijk dat mijn nieuwe roman GOUD! op ieder verlanglijstje prijkt. Dat lijkt me vanzelfsprekend. Toch?
Afijn, de Goedheiligman. Het is een van de vele verhalen die onze ouders ons jarenlang als de absolute waarheid verkopen, maar die achteraf toch niet helemaal blijken te kloppen. Sterker nog, als je er eens goed over nadenkt, hebben onze ouders ons vroeger behoorlijk wat nonsens wijsgemaakt.
Zo krijg je vierkante ogen van te veel televisiekijken, blijft je gezicht voor altijd zo staan als je gekke bekken trekt en de klok slaat en mag je na het eten absoluut niet gaan zwemmen omdat je anders gegarandeerd verdrinkt.
Vooral als het op onze opvoeding aankomt, beschikken ouders over een indrukwekkende fantasie. Te dicht bij de sloot komen is bijvoorbeeld levensgevaarlijk, want dan komt de Bulleman je opeten. Waar dat monster precies vandaan komt, weet niemand, maar we blijven voor de zekerheid keurig uit de buurt van het water. Het wonderlijke is dat onze ouders zulke verhalen met zoveel overtuiging vertellen dat we er geen moment aan twijfelen. Een wetenschappelijke onderbouwing is nergens voor nodig. Als je vader of moeder het zegt, is het gewoon waar.
Onze moeder heeft vroeger overigens nog een heel eigen manier om ons in het gareel te houden. Ze vertelt ons altijd dat onze handen ’s nachts boven het graf uitgroeien als we het ooit in ons hoofd halen haar een klap te geven. Dat maakt aanvankelijk behoorlijk indruk, totdat ik als kleine doerak op een nacht besluit zelf maar eens poolshoogte te nemen op de begraafplaats. Wanneer er verdacht weinig handen uit de grond blijken te steken, verliest ook deze opvoedkundige waarschuwing zijn geloofwaardigheid.
Welke dingen zijn jullie als kind eigenlijk allemaal wijsgemaakt?
