Ik loop mijn rondje met de Engelse Marion. Ze is inmiddels 91 en twee keer per week wandelen we samen naar het winkelcentrum of gewoon een rondje door het dorp. Onderweg hebben we altijd de leukste gesprekken. Over vroeger, over het leven en soms over dingen waar ik tot vijf minuten daarvoor werkelijk nog nooit over heb nagedacht.
Dit keer komen we langs ‘het brijkie’. Een beroemde sloot in Volendam met daarin een ‘puulehok’, Volendams voor eendenhok. Rond het hok zwemmen wat eenden en ook een zwaan.
Ik vraag Marion of zij denkt dat dieren eigenlijk met elkaar kunnen communiceren. Dat denkt ze zeker. Alleen vraagt ze zich vervolgens af hoe dat dan zit met die eenden en die zwaan. Daarmee is een merkwaardige, maar zeer vermakelijke discussie geboren.
Want hoe zit dat eigenlijk en hoe zit het bijvoorbeeld met vogels onderling? Kan een spreeuw met een papegaai communiceren of hebben die allemaal hun eigen codetaal? Begrijpt een merel wat een meeuw tegen hem zegt? Of horen ze elkaar de hele dag roepen zonder ook maar enig idee te hebben waar de ander het over heeft?
Hetzelfde geldt natuurlijk voor de verschillende rassen honden en katten. Kan een teckel gewoon een praatje aanknopen met een bulldog of hebben die hun eigen ‘slang’? En – zo vraagt mijn zwager die momenteel over is vanuit Australië – ‘hoe zit het dan met een Australische duck en een Hollandse eend?’ Zullen die elkaar gewoon kunnen verstaan of moet de meerkoet als tolk fungeren?
We trekken het nog veel breder.
Want zou een leeuw een zebra bijvoorbeeld eerst een heads-up geven voordat hij hem achterna gaat en opeet? ‘Zeg, ik wilde je even waarschuwen. Over een seconde of tien kom ik achter je aan.’ Laat hij halverwege een achterpoot misschien nog even weten dat meneer de zebra lekker mals smaakt?
Op de savanne moet het ’s morgens sowieso een gekakel van jewelste zijn wanneer de giraffen en olifanten samen even de avond ervoor doornemen. Dat de giraffe zich loopt te beklagen dat manlief weer in benevelde toestand is thuisgekomen nadat hij zich opnieuw tegoed heeft gedaan aan de ‘magic mushrooms’ in het veld. ‘Vier uur vannacht! En natuurlijk weer doen alsof er helemaal niets aan de hand was.’ Waarop de olifant vertelt dat ze ook zo’n nacht achter de rug heeft omdat die van haar met zijn vrienden weer eens de bloemetjes buiten heeft gezet.
Voor we het weten staan we weer voor de deur van het verzorgingstehuis. Marion vertelt me dat ze iedere keer weer uitkijkt naar het uurtje wandelen samen. Het enige wat ik haar met zekerheid kan zeggen, is dat dit geheel wederzijds is.
Of eenden en zwanen elkaar kunnen verstaan, weten we nog altijd niet, maar dat je voor een goed gesprek soms niet meer nodig hebt dan een ‘puulehok’, een paar eenden, een zwaan en iemand met wie je graag een uurtje op pad bent, weten we inmiddels zeker.
