Het ouderlijk huis is leeg. De laatste spullen zijn weg. Ik heb er eerlijk gezegd weinig gevoel bij. Misschien alleen bij de oude foto’s die ik vond op zolder. Tantes in hun jonge jaren, kleding uit de jaren ’70, oprecht blije en vrolijke mensen en mijn knappe moedertje in een spuuglelijke trouwjurk. Maar verder… Kan alles wat mij betreft rechtstreeks naar de vuilinzameling.
Mijn vader – mijn schoonvader heeft dat gen overigens ook – stond er waarschijnlijk iets anders in. Want de troep die wij hebben gevonden, is echt legendarisch. Spullen waarvan hij waarschijnlijk heeft gedacht dat het ooit nog iets waard zou worden, maar ook 1400 koffiefilters, 20 paar schoenen (sommigen nooit gedragen), 24 potjes rode kool, 200 ijsjes, 14.000.000 boutjes en moertjes, potten verf uit de tijd dat het Nederlands elftal Europees kampioen wist te worden, 26 hamers, drie gereedschapskisten en weet ik veel meer. Wat hij er ooit mee van plan is geweest – of waarom hij het kocht (en weer kocht en nog meer kocht en nog meer) – het is mij een raadsel.
Net als het voor mij een raadsel is waarom mensen überhaupt zoveel dingen sparen en bewaren. Verder dan voetbalplaatjes in mijn jonge jaren ben ik nooit gekomen, maar de dingen die sommige mensen verzamelen. Postzegels, suikerzakjes, bierdopjes, servetten, eierdopjes, modeltreinen, LP’s, whiskyflessen, stripboeken, lepeltjes van vakantiebestemmingen, sneakers, oude munten, action figures en complete schuren vol spullen waarvan ze zeker weten dat het ooit nog iets waard wordt.
Ik begrijp daar werkelijk helemaal niets van. Toch blijf ik hangen op die 14.000.000 boutjes en moertjes. Want ik ben toch wel benieuwd wat mijn vader van plan was. Je koopt die dingen tenslotte niet als je af en toe een schilderijtje ophangt. Er moet ergens een groter plan zijn geweest. Iets met de Ark van Noach ofzo. Is hij op zijn ‘ouwe dag’ toch bang geworden voor de zondvloed?
