Mijn kleine prinses

Voordat je kinderen hebt, weet je uiteraard exact hoe het moet. Rustig blijven. Consequent zijn. Niet schreeuwen. Grenzen stellen. Liefdevol opvoeden. Geduldig uitleggen waarom bepaald gedrag niet wenselijk is. En dan krijg je kinderen.

Mijn oudste dochter verandert rond etenstijd soms in een miniatuurversie van haar moeder. Hangry. Het ene moment zit ze nog vrolijk aan tafel te kleuren en vijf minuten later lijkt het alsof iemand ongemerkt een klein Italiaans temperamentbommetje met slaaptekort heeft geactiveerd. ‘Ik WIL die broccoli niet!’ Terwijl ze een week eerder nog broccoli eet alsof het een ijsje is.

Ergens tussen die stemmingswisselingen door probeer je als ouder pedagogisch verantwoord overeind te blijven. Dat lukt me overdag vaak nog best aardig. Dan ben ik rustig. Begripvol. Bijna zen. Een soort wandelende reclamespot van verantwoord ouderschap. Totdat die driftbuien komen.

Dat eeuwige: ‘Ik wil dit, ik wil dat!’ En als ze haar zin niet krijgt, blijft ze er soms volledig in hangen. Dan lijkt alles ineens strijd. Alles discussie. Alles drama. Waar ik misschien nog wel het meest slecht tegen kan, is dat ze haar kleine zusje dan gaat pesten. Echt gemeen soms. Zo’n beetje uitlokken, prikken, doorgaan terwijl ze dondersgoed weet wat ze doet. En ik merk dat juist dát me pissig maakt.

Niet eens die broccoli. Of dat gezeur om een ijsje, maar dat gemeen doen tegen haar zusje. Dan merk ik dus ook iets vervelends aan mezelf. Dat ik ergens van binnen steeds harder ga praten. Geïrriteerder raak. Terwijl je als ouder eigenlijk rustig wilt blijven.

Maar goed: eerlijk is eerlijk, soms weet ik ook gewoon niet meer wat werkt. Vooral ook omdat ik na een dag werken, haasten, koken, hardlopen, vuilnis wegbrengen en drie discussies over tandenpoetsen soms zelf nog ongeveer anderhalve emotionele reserve over hebt.

Het mooie is alleen ook dat kinderen je direct weer compleet kunnen ontwapenen. Want na al dat gedram, gezeur en getreiter liggen ze nog geen minuut later ineens slapend op je schoot. Nog half boos, half prinses, maar vooral mijn meisje.

Dan vraag ik mezelf weer af of ik niet te streng ben geweest, niet consequent genoeg of dat andere ouders het misschien beter doen. Het enige wat ik wel zeker weet, is dat ik echt mijn best doe. Dat is wellicht nog het meest vermoeiende aan opvoeden, maar waarschijnlijk ook het mooiste.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *