Je loopt door Praag en denkt: dit kan dus gewoon. En dan kom je terug in Nederland en denk je: wat doen wij hier in vredesnaam?

Laten we eerlijk zijn: nog niet zo heel lang geleden deden wij hier behoorlijk neerbuigend over ‘Oost-Europa’. Alsof het allemaal een beetje achtergesteld is daar. Ondertussen zijn ze ons echter op alle fronten voorbijgestreefd.

Een stad vol geweldige historische gebouwen. Goed eten voor normale prijzen. En vrouwen die nog veilig over straat kunnen zonder dat ze aan worden gevallen door hyena’s die massaal binnen zijn gekomen nadat onze linkse vrienden (en daar reken ik VVD, CDA en D66 ook onder) de grenzen wagenwijd open hebben gezet en ze geen strobreed in de weg leggen.

Wat me ook direct in de taxi naar het hotel al opvalt, is hoe schoon de stad is. Geen rondslingerend afval. Geen prullenbakken die uitpuilen alsof het een sport is. Gewoon… normaal.

Hoe dat komt? Misschien omdat ze daar nog respect hebben voor de politie. Misschien omdat regels daar niet meteen worden gezien als een persoonlijke aanval op je vrijheid. Of omdat je gewoon €275 mag aftikken als je een peuk op straat mikt. Maar vooral: omdat mensen daar blijkbaar snappen dat een stad van iedereen is.

En wij? Wij mikken zonder nadenken onze zooi op straat. Want ja, die prullenbak staat net drie meter te ver. Dramatisch, maar de oplossing is niet zo heel moeilijk en je hoeft ook geen linkse woke klimaatactivist te zijn om hier iets aan te doen. Sterker nog, je hoeft er überhaupt niet over na te denken, want ik heb er eerder in een blog al eens aandacht aan geschonken en doe dat nu – geïnspireerd door Praag – gewoon weer.

Eén stuk afval. Dat is het. Ik raap iedere dag minimaal één stuk afval op en gooi het in de prullenbak. Geen heroïsche verhalen, geen foto’s op LinkedIn, gewoon bukken en door. Meer is het niet. En ja, dan hoor je meteen: ‘dat schiet toch niet op?’ Even rekenen.

In Volendam wonen zo’n 10.000 volwassenen. Als die allemaal één stuk afval per dag oprapen, verdwijnen er dus dagelijks 10.000 stukken afval van straat. Per dag. Dan is het binnen no time geen teringzooi meer, maar gewoon een nette omgeving waar je wél trots op kunt zijn.

En dan gebeurt er iets interessants. Als het schoon is, gaan mensen zich er ook naar gedragen. Dan denkt zelfs die gast met z’n blikje: misschien moet ik ’m toch even in de bak gooien. Daar heb je geen ingewikkelde discussies over klimaatmodellen voor nodig. Geen eindeloze rapporten, geen percentages waar niemand iets van begrijpt.

Gewoon doen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *