Sinds ik met een hardloophorloge loop – en alles automatisch op Strava belandt – kijk ik toch anders naar mijn rondjes. Vroeger liep ik gewoon. Nu weet ik achteraf precies wat er gebeurt. Of beter gezegd: wat mijn lichaam ervan vindt. Want laten we eerlijk zijn, staat het niet op Strava, dan is het niet gebeurd.
Wat ik daar steeds vaker in terugzie, vind ik oprecht interessant. Ik kan tot op de meter aanwijzen waar ik wind tegen heb. Mijn tempo blijft vaak nog wel redelijk overeind – al wil ik dat zelf ook graag geloven – maar mijn hartslag verraadt alles.
Die loopt gewoon netjes op, zonder discussie. Beschutte stukken voelen direct comfortabeler en die kleine hoogteverschillen, die je normaal gesproken niet eens benoemt, zie je ineens haarscherp terug. Het is bijna alsof je lichaam eerlijker is dan je hoofd. En dat hoofd… dat doet ook vrolijk mee.
Tijdens het lopen kan ik mezelf namelijk volledig verliezen in gedachten waar helemaal niemand iets aan heeft. Gesprekken die ik opnieuw voer, situaties die allang achter me liggen of dingen die waarschijnlijk nooit gaan gebeuren. En zonder dat ik ook maar één stap harder loop, zie ik mijn hartslag oplopen. Gewoon omdat mijn hoofd besluit dat het tijd is om onrust te creëren.
Het mooie is dat het ook andersom werkt. Op het moment dat ik mezelf weer een beetje bij elkaar raap en mijn gedachten richting leukere dingen stuur – thuis, een training die goed ging, iets waar ik trots op ben of gewoon het vooruitzicht van straks op de bank met een ijskoude Cola Zero – zakt alles weer terug. Alsof er ergens een knop zit waar ik jarenlang geen weet van had.
Blijkbaar ben je tijdens het lopen niet alleen fysiek bezig, maar neem je alles wat er in je hoofd speelt gewoon mee het rondje in. En er is nog een moment die mijn hartslag echt omhoog doet schieten. Dat is als er een mooie vrouw tegemoet komt rennen. Wat ook frappant is, is dat mijn hardloopmaat vervolgens altijd harder begint te rennen. Wat dat betreft zijn we net mensen…
