De 30 van Noord zit erop en dan ben je er – volgens de kenners – klaar voor. Klaar voor de marathon. Het werk is geleverd en je kunt met een gerust hart richting Eindhoven. Alleen ben ik er nooit gerust op.
Ik weet niet hoe het komt, maar ik ben gewoon altijd nerveus. Of het nou om een intervaltraining gaat, een blokje om met mijn hardloopmaat of een lange duurloop, de zenuwen zijn er altijd.
Ook al weet ik dat ik er alles aan gedaan heb. Dat het met de conditie en snelheid echt wel goed zit en dat mijn benen ijzersterk zijn, echt gerustgesteld ben ik niet.
Het probleem is dat er in de laatste weken ineens overal gevaar dreigt. Een stoeprand wordt een potentieel einde van maanden trainen. Iedere ochtend word ik wakker en controleer ik voorzichtig of alles het nog doet. Knie? Check. Hamstring? Check. Kuit? Check. Geen keelpijn? Mooi. Weer een dag overleefd.
Bij een beetje stijfheid in mijn bovenbeen bel ik direct met de sportmasseur omdat ik bang ben voor iets ernstigs. Wanneer mijn dochters hoesten, sluit ik ze voor de zekerheid drie dagen op in hun kamer en krijgen ze eten en drinken via een luikje in de deur. Ik slaap al weken niet meer naast mijn vrouw, omdat seks voor de wedstrijd blijkbaar niet goed is. Hoe lang van tevoren hebben ze er niet bij gezegd, maar ik neem geen risico.
Ik heb al langer nagedacht over mijn schoenkeuze dan over de aankoop van mijn huis of pak em beet de vraag van mijn vrouw of we kinderen wilden. Volgens mij kostte zelfs het bedenken van hun namen minder tijd.
Draag ik de snelle schoenen of de meer comfortabele? Krijg ik daar na 35 kilometer spijt van? Waarschijnlijk weet ik het antwoord pas ergens op 11 oktober. Dat is dus pas over een week of vier. Dan loop ik die magische 42,195 kilometer in Eindhoven. Ik kan niet wachten tot het allemaal weer voorbij is.
Ben er nu al klaar mee. Een marathon. Wie verzint het? Complete waanzin!
