Mijn vrouw werkt in de zorg. Dat is belangrijk voor dit verhaal. Niet omdat ik daar iets heldhaftigs of groots van wil maken maar omdat het verklaart waarom ik thuis structureel geen enkele vorm van zorg ontvang. Zij zorgt namelijk de hele dag. En dan komt ze thuis en ben ik er…

Ik lig op de bank. Niet omdat ik lui ben, maar omdat ik geveld ben door een voorhoofdsholteontsteking die zijn weerga niet kent en al vier weken – af en aan – zorgt voor een gevoel alsof het einde aanstaande is. En dat meld ik dan ook maar alvast. Voor de zekerheid. Een keer of tien.

Ze kijkt me even aan en stelt dan die vraag die ze altijd stelt. ‘Heb je al medicatie genomen?’ Nee natuurlijk niet. Dat weet ze ook. Ik heb het niet zo op medicatie. Bovendien is het al veel te laat. Dat stadium zijn we voorbij. Dit is geen paracetamolkwestie meer. Dit is afscheid nemen. Ik zeg er ook altijd bij dat we het toch gezellig hebben gehad samen. Mooie jaren. Fijn gezin. Goede gesprekken. Alles erop en eraan.

En waar ik dan hoop op onvoorwaardelijke steun, intens medelijden en wellicht een aai over mijn bol, volgt er niets dan gelach. En het ergste is nog dat ze de kinderen ook heeft beïnvloed. Die lachen namelijk net zo hard mee. Jong en oud.

En ik lig daar. ‘Dood te gaan.’ Ik meld het dan ook nog maar een paar keer. Voor de zekerheid. Je weet het nooit. Misschien heeft het effect. Maar helaas. Dus gooi ik het over een andere boeg. Ik geef aan dat het oneerlijk is. Dat ze voor de hele wereld zorgt en mij gewoon aan mijn lot over laat.

‘Mijn taak zit er zeker op. Kinderen zijn binnen en de royalty’s volgen’, snik ik. ‘Je krijgt helemaal geen royalty’s’, dient ze me van repliek. ‘Nog niet’, geef ik aan. ‘Kunstenaars worden pas echt rijk en beroemd na hun dood. Dat weet jij ook wel. Dit is gewoon een kwestie van wachten. Lange adem. Investering.’

Ze lacht nog harder. En dan zegt ze het. Dat ene zinnetje. Precies zoals mijn lieve moedertje het vroeger ook altijd zei. Dat zinnetje dat alles relativeert en tegelijkertijd volledig onderuithaalt. ‘Het gaat wel weer over voor je een meisje bent.’

En meestal heeft ze gelijk. Maar toch blijf ik het melden. Voor het geval dat. Gewoon nog een keertje. ‘Ik ga dood.’ Medelijden? In geen velden of wegen te bekennen. Mocht het echt zover komen, dan meld ik het nog wel een keer.

2 gedachten over “‘Ik ga dood’ (deel 2)”

Laat een antwoord achter aan Hille Schilder Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *