Zeven dagen in de week sta je aan. Werk, marathontraining, twee kleine kinderen en zelfs tijdens de eerste vakantiedagen werk je nog door terwijl je vrouw de animatie voor haar rekening neemt.
Pas als je eindelijk besluit om drie dagen écht vakantie te vieren, trekt je lichaam een streep. ‘Zoek het lekker zelf uit.’ Je redt het nog nét om naar huis te rijden. Zodra de voordeur achter je dichtvalt, sprint je naar het toilet en hangt je hoofd boven de pot.
Heerlijk. Vakantie.
Hoe kan dat toch? Waarom worden we opvallend vaak ziek zodra we eindelijk vrij zijn? De verklaring is eigenlijk verrassend logisch. Tijdens drukke periodes maakt je lichaam extra stresshormonen aan, zoals cortisol en adrenaline. Die houden je alert en onderdrukken tegelijkertijd een deel van je immuunsysteem. Handig als je moet presteren. Minder handig als je eindelijk ontspant.
Zodra de druk wegvalt, dalen die stresshormonen. Je immuunsysteem krijgt weer alle ruimte en virussen die al een tijdje op de loer lagen, grijpen hun kans. Dat verschijnsel heeft zelfs een naam: leisure sickness, oftewel vrijetijdsziekte. Mensen die langdurig onder hoge spanning staan, worden opvallend vaak ziek in het weekend of juist aan het begin van hun vakantie.
Ons lichaam wordt niet ziek omdat we vakantie hebben. Het wordt ziek omdat het eindelijk de ruimte krijgt om dat te zijn. Al die tijd hield het zich groot omdat er gewerkt moest worden, getraind moest worden, kinderen naar school moesten en de agenda vol stond.
Als het dan eindelijk ziet dat er drie lege dagen in de agenda staan, ziet het zijn kans schoon en denkt:
‘Succes verder. Ik ben er even klaar mee.’
