Bij het opruimen van ons ouderlijk huis duiken herinneringen op waarvan je niet wist dat ze nog bestonden. Sommige laten je glimlachen. Andere raken je onverwacht hard.
Tussen de stapels papieren vond ik een speech die ik jaren geleden schreef en uitsprak na het overlijden van mijn oom Jan. De man naar wie ik ben vernoemd. De man wiens naam ik iedere dag met trots draag.
Ik had de tekst al jaren niet meer gezien en bij het teruglezen kon ik een traan niet bedwingen.
Ome Jan.
Van de week kreeg ik het bericht.
Ome Jan is overleden.
Dat kan toch niet. Ome Jan is van staal.
Tenminste, zo kende ik hem.
Ome Jan was altijd vrolijk, lachte naar iedereen.
En had altijd een praatje klaar.
Alle klappen die hij tijdens zijn leven te verwerken kreeg,
Ving hij op met zijn brede schouders en zijn positieve instelling.
Hij stond voor iedereen klaar,
Had je iets nodig, je zei het maar en ome Jan was daar.
De laatste klap was echter een knock-out,
We wisten allemaal direct, dit is fout.
De man van staal bleek toch van vlees en bloed,
Hij lustte geen Chinees meer en ook zijn biertje liet hij staan.
De altijd positieve klank in zijn stem was verdwenen,
En er was angst in zijn ogen verschenen.
Het ziektebed duurde godzijdank voor Ome Jan niet zo lang,
De man van staal is gevallen.
Maar zijn naam blijft bestaan en ik zal hem met trots dragen,
De naam Jan Lol eer aan doen door net zo zorgzaam te zijn voor anderen als mijn held.
Ome Jan, het ga je goed.
We zullen je missen.
