Als kind heb je van die dromen. Van die bloedserieuze ook. Die je zonder blikken of blozen in een vriendenboekje krabbelt. Prinses. Astronaut. Voetballer. Je kent het wel. Er komt alleen een moment dat je denkt: dat gaat ’m niet worden. Bij de één wat eerder dan bij de ander.
Ik denk dat een groot deel van de vrouwelijke bevolking dit nog wel herkent. Prinses worden. Het stond vroeger massaal in vriendenboekjes. Tussen ‘lievelingskleur: roze’ en ‘favoriete eten: patat’ stond dan bloedserieus: prinses. Alsof het een serieuze optie was. Alsof er ergens een formulier lag dat je alleen nog even moest invullen.
Ik kom ze nu weer tegen, die boekjes. Vier decennia later gaan ze bij mijn dochter in de klas opnieuw rond. En iedere keer moet ik lachen. Die overtuiging. Geen twijfel. Gewoon: prinses.
Bij jongens was het al niet veel beter. Voetballer. Astronaut. Of in mijn geval: huurmoordenaar. Geen reden voor paniek. Ik keek gewoon veel films en had een zwak voor de slechterik. Die had tenminste een plan en een goed pak. Achteraf verklaart dat misschien ook wel iets over mijn keuzes in vrouwen later. Maar goed, dat laten we even liggen.
Op een gegeven moment wordt het allemaal iets normaler. Je beseft dat huurmoordenaar niet helemaal handig is op een verjaardag en prinses worden iets lastiger zonder koninklijke connecties. En dus ga je nadenken over serieuze opties. Tennisleraar. Journalist. Schrijver. Allemaal prima. Doe ik met plezier.
Toch raak je onderweg iets kwijt. Dat je gewoon iets kunt verzinnen en dat het dan misschien nog wel gebeurt ook. Dat is eigenlijk zonde.
Want heel af en toe is het helemaal niet zo erg om weer even terug te gaan. Gewoon even doen alsof. Trek een cape aan, zet een kroontje op en voor je het weet ben je weer even dat kind van vroeger. Zonder plan. Zonder realisme. Gewoon omdat het kan.
En laten we eerlijk zijn: dat zijn vaak ook de leukste momenten. Want als het kind in je verdwijnt, is het tijd om dood te gaan. Dus als jullie dames, of heren, vanavond gewoon weer een prinsessenjurk uit de kast willen trekken: doen. Ik zal niet oordelen.
Sterker nog: ik moedig het van harte aan.
