Dit soort ideeën krijg je alleen als het lichaam bezig is en het hoofd even ophoudt met doen alsof het alles al weet. Bij mij gebeurt dat dus tijdens het hardlopen. Met wisselend succes, maar deze keer bleef er iets hangen.

Laat ik beginnen met een nuance, want die is tegenwoordig verplicht: ik geloof oprecht dat de meeste mensen in de lokale politiek het beste voorhebben met hun omgeving. Uitzonderingen daargelaten, uiteraard.

Maar wie een beetje oplet, ziet ook hoe snel goede bedoelingen verstrikt raken in belangen. Persoonlijk, partijpolitiek, carrièretechnisch of gewoon omdat het nu eenmaal zo gegroeid is. Op lokaal niveau, maar net zo goed landelijk.

Daar komt bij dat verkiezingen steeds minder gaan over inhoud en steeds meer lijken op een populariteitswedstrijd. Wie het hardst roept, het meest verontwaardigd kijkt of het handigste fragmentje produceert voor sociale media, staat al met één been in het pluche.

Of iemand ook daadwerkelijk iets kan, lijkt bijzaak. En zo leggen we ons lot — voor minstens vier jaar — in handen van mensen die vooral goed zijn in zichtbaar zijn. Dat ze soms nauwelijks weten hoe het is om een normale werkweek te draaien, nemen we dan maar voor lief.

Afijn, we moeten het er voorlopig mee doen. Het systeem stort morgen niet ineens in en eerlijk is eerlijk: het functioneert… enigszins. Maar nadenken over alternatieven kan geen kwaad. En dus kwam daar, ergens tussen kilometer vier en vijf, de ingeving.

Wat nou als we politiek benaderen zoals het Amerikaanse rechtssysteem? Met juryplicht. Geen beroepspolitici, geen herverkiezingsstress, geen achterkamertjes. Gewoon: pak ’m beet vijftig mensen, willekeurig geselecteerd uit heel Nederland. Alle leeftijden, achtergronden, inkomens en opleidingsniveaus. De samenleving in het klein.

Die groep krijgt een concreet vraagstuk voorgelegd. Ze krijgen tijd. Ze krijgen informatie van verschillende kanten. En daarna worden ze afgesloten van de buitenwereld. Geen lobbyisten, geen NGO’s, geen Twitter, geen talkshows. Alleen zij, de feiten en elkaar.

En dan moeten ze eruit zien te komen. Niet omdat het leuk is, maar omdat het moet. Dat is pas burgerparticipatie. Niet het zoveelste inspraakavondje waar alles al vaststaat, maar echte invloed.

Want iemand die elke dag vroeg opstaat om fysiek werk te doen, kijkt fundamenteel anders naar beleid dan iemand die zijn hele leven van vergadertafel naar vergadertafel is gelopen. En juist die botsing van perspectieven kan waardevol zijn. Soms schuurt het, soms botst het, maar het is in elk geval echt.

Is het perfect? Natuurlijk niet. Is het naïef? Misschien. Maar in een tijd waarin we doen alsof het huidige systeem het enige denkbare is, kan een beetje georganiseerde naïviteit geen kwaad. En wie weet lopen we ons zo, al hardlopend en al struikelend, ooit nog eens richting een democratie die weer een beetje van iedereen is.

Eén gedachte over “Wat als we politiek eens aan gewone mensen overlaten?”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *