Van profvoetballer naar rijschoolhouder. Over het roer om gesproken. Het lijkt een flinke U-bocht, maar voor Maarten Woudenberg, voormalig profvoetballer van onder anderen FC Volendam, ging het heel natuurlijk. ‘Van een zwart gat is nooit sprake geweest.’

42 jaartjes jong is hij inmiddels en naar eigen zeggen nog steeds in de bloei van zijn leven. Als jongetje wist hij eigenlijk maar één ding zeker. “Astronaut of brandweerman? Nee, joh. Ik wilde voetballer worden. Dat was mijn droom. Andere dingen heb ik eigenlijk nooit echt overwogen.”

Die droom krijgt al vroeg vorm. In de jeugd speelt hij regelmatig mee met oudere teams. “Als eerstejaars zat ik bijvoorbeeld al bij de FC A1 van FC Volendam. Dan merk je vanzelf dat je het niveau aankunt. Dat je misschien net iets verder bent dan gemiddeld.” Vooral de laatste jaren bij FC Volendam herinnert hij zich nog goed. “We hadden een sterke lichting en ik zat in een team met onder anderen Kees ‘Ballap’ Kwakman, die nu commentator is bij ESPN, Jack Tuip en Jan Smit (Pitjes). We wonnen de beker, speelden finales en versloegen clubs als Ajax. Met spelers als Heitinga, Sneijder en Babel in de selectie. Niet de minsten. Dat zijn van die momenten die blijven hangen.”

Eredivisie

Zijn debuut in het eerste elftal staat nog altijd scherp op zijn netvlies. “25 november 2002. Thuis, tegen Den Haag. Het was de verjaardag van mijn opa, dus dat maakt het extra bijzonder. We verloren met 0-2, maar ik mocht invallen. Volgens mij zo’n zeventien, achttien minuten. Dat vergeet je nooit.” Een jaar later volgt zijn basisdebuut en speelt hij regelmatig mee in de Eredivisie. “Als je jong bent, besef je dat eigenlijk niet. Je leeft gewoon van wedstrijd naar wedstrijd. Pas later denk je: ja, ik heb gewoon Eredivisie gespeeld.”

De Heen-en-Weer

In zijn tijd bij Volendam maakte hij promoties en degradaties mee. “Die Heen-en-Weer bij promotie, dat is echt iets unieks. Dat is ongekend. Heel Volendam loopt uit. En ik stond daarboven op die kar met duizenden mensen die je toejuichen. Later ga je pas beseffen hoe bijzonder dat is.”

Toch weet Maarten ook dat een voetbalcarrière niet eeuwig duurt. “Toen ik naar Veendam ging, was ik nog fullprof. Maar je gaat automatisch nadenken: wat komt hierna? Omdat ik hier al bewust mee bezig was, is er van een echt zwart gat geen sprake geweest.” Na Veendam volgen nog meerdere clubs. “Ik heb bij SV Spakenburg gespeeld, waarmee ik nog kampioen ben geworden in de Topklasse. Toen het hoogste amateurniveau. Daarna bij Quick Boys en bij ASV De Dijk. Ook hier ging het voor de wind met twee promoties op rij.”

Het roer om

Tijdens zijn laatste jaren als prof begint hij al met trainerscursussen. “Ik heb de trainerscursussen TC3 en TC2 in één seizoen gedaan. Dat kon als ex-prof. Ik vond het leuk om met spelers bezig te zijn, dingen uit te leggen, mensen beter te maken.” Die gedachte loopt eigenlijk naadloos over in zijn huidige werk. “Ik ben uiteindelijk rijinstructeur geworden. Dat klinkt misschien als een grote omschakeling, maar voor mij voelt het heel logisch. In de auto geef ik eigenlijk ook een soort training. Ik geef handvatten, maar de leerling moet het zelf doen. Net als bij voetbal.”

Wat hem drijft, is het proces. “Het mooiste vind ik de ontwikkeling. Van iemand die nauwelijks weet waar gas en rem zitten, naar iemand die zelfstandig en met vertrouwen rijdt. Slagen in één keer is natuurlijk altijd het doel, maar niet het belangrijkste. Het gaat om de groei. Dat iemand zichzelf ziet verbeteren.”

Ook leerlingen met spanning of onzekerheid maken indruk. “Het is mooi om te zien hoe iemand vertrouwen opbouwt. Dat moment dat het kwartje valt, dat blijft bijzonder. En de reacties na het slagen, blijven uiteraard magisch. Ouders die bellen, opa’s en oma’s die blij zijn. Dat iemand zegt: ‘Die heeft mij leren rijden.’ Dat neem je mee.”

Op het veld

Naast zijn werk als rijinstructeur is Maarten nog steeds actief in het voetbal, onder meer als assistent-trainer bij RKAV Volendam. De vraag is dan natuurlijk of al die Volendammers hem als Edammer wel serieus nemen. “Dat hoop ik voor ze. Anders worden ze ook niet beter”, lacht hij. “Deze rol past goed bij me. Je staat dicht bij de spelers en bent een schakel tussen hen en de hoofdtrainer. Soms vinden ze het lastig om direct iets te zeggen tegen de trainer. Dan kan dat via mij. Dat vind ik prettig, daar voel ik me goed bij.”

Ambities om verder door te groeien als trainer heeft hij niet direct. “Het lijkt me gerust leuk om op termijn hoofdtrainer te worden bij een tweede of derdeklasser. Hoger hoeft van mij niet zo. Dan moet je weer verder met cursussen, TC1, coach betaald voetbal. Nee, dat zie ik niet zitten. Daarbij zit ik op dit moment goed. Dit past bij mijn leven zoals het nu is.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *