Foto: Janine Tol
Foto: Janine Tol

Je mijmert er wel eens over. Meestal op van die momenten dat je ze, figuurlijk dan, even achter het behang kunt plakken. Of wanneer je ontdekt dat er aan het einde van je geld nóg een stukje maand over is. Hoe zou het leven eruit hebben gezien… zonder kinderen?

Met drie van die kabouters om je heen is het bijna niet meer voor te stellen. Het huis zou stiller zijn. Opgeruimder ook. Er zou niemand ‘mamaaaa’ roepen vanuit een andere verdieping terwijl je nét zit. Je zou waarschijnlijk weten waar je sleutels liggen. En gewoon eens iets afmaken zonder onderbroken te worden.

Spoel zeventien jaar terug. Je was toen niet zó naïef dat je dacht dat kinderen je wel bespaard zouden blijven, gezien je rumoerige verleden. Maar toch. Geen zwangerschappen. Geen schoolpleinpraat. Geen broodtrommels die onaangeroerd terugkomen. Hoe was je leven dan gelopen?

Misschien had je meer gereisd. Spontaner geleefd. Carrièrematig andere keuzes gemaakt. Avonden rustig op de bank met een boek, zonder iemand die precies dan iets kwijt is. Ochtenden zonder tijdsdruk. Meer geld op de rekening, minder was in de wasmand. Het klinkt aantrekkelijk, zeker op dagen dat alles tegelijk lijkt te komen.

Maar ze zijn er nu en geloof me, in die ‘monsters’ gaat dus alles inzitten: tijd, energie en financiële middelen. Alles. En toch. Als ik eerlijk ben – en dat ben ik meestal iets té – zijn die kinderen ook de reden dat ik harder lach dan ooit. Dat ik trots ben op de kleinste dingen. Op een tekening, een rapport, een onverwachte knuffel. Ze leren me geduld (nog steeds bezig), relativeren en onvoorwaardelijk liefhebben.

Soms droom ik dus even weg. Over spontaan een terrasje pakken zonder opvang te regelen. Over een weekendje weg met alleen een tandenborstel en een schone onderbroek. Over in stilte mijn colaatje zero drinken voor mijn beste vriend (lees: zoon) ze allemaal heeft gejat. En over boodschappen doen zonder iemand die halverwege besluit dat ze toch écht honger heeft of het wel een goed idee vindt om op de grond te gaan liggen.

Maar dan schuift er ineens iemand dicht tegen me aan om iets te fluisteren dat eigenlijk helemaal niet geheim is. Of word ik gevraagd om te kijken naar een salto die al vijf keer is geoefend. Of ligt er plots een zelfgemaakte tekening op tafel, speciaal voor mij.

En precies op dat moment weet ik weer waarom dit mijn leven is. Uiteindelijk blijft dat aloude spreekwoord, dat een ontzettend lieve dame me onlangs nog voorhield, toch gewoon overeind: liever verwend dan verwaarloosd. En eerlijk is eerlijk — ik zou het voor geen goud anders willen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *