Hoewel ik – in Huisje Weltrevree – bijna niet meer verbaasd kan worden door wat de kinderen zeggen of doen, zijn er van die momenten bij dat ze me toch nog overdonderen. Overdonderen met liefde en onschuld…
Terwijl ik lig te kreunen en steunen met een voorhoofdsholteontsteking en wat lijkt op een beginnende mannengriep (en we weten allemaal hoe levensbedreigend dat is) klimmen er – uiteraard – weer twee kinderen op mijn kop. ‘Ik ga dood’, probeer ik mijn vrouw nog tot enig medelijden op te roepen. Uiteraard zonder succes. En van mijn dochter hoef ik – getuige haar reactie – ook weinig medeleven te verwachten.
‘Nee pa, je gaat niet dood. Je gaat pas dood als je 100 bent en je bent pas 80.’
Alsof ik het nog niet zwaar genoeg heb, word ik dus ook al 80 geschat en heb ik nog maar 20 jaar te gaan, daar ben ik toch mooi klaar mee. En al helemaal met het feit dat ze er vervolgens keihard om begint te schaterlachen. En dan ben ik verkocht, hè. Tegen zoveel onschuld kan ik simpelweg niet op.
Het is dezelfde onschuld, die ondeugende twinkeling in haar ogen, die ik zie als ze iets doet wat eigenlijk niet mag, maar waarvan ze weet dat ik er toch niet boos om kan worden. Of die twinkeling in haar ogen als Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten voorbijkomen en de mooiste tijd van het jaar inluiden.
Want dat het de mooiste tijd van het jaar is, dat staat vast. Natuurlijk zijn al die pepernoten en cadeautjes ontzettend leuk. En die vrolijke Zwarte Pieten maken me ook altijd wel blij. Wat het echter echt geweldig maakt, is het feit dat mijn kinderen – die kleine tenminste – voor een paar weken echt poeslief zijn.
Want, Sinterklaas is in het land. En dat betekent Luisterpieten op het dak. En die horen alles! Dus als ‘madam’ weer met een van haar bijdehande opmerkingen komt of niet lief is tegen papa, dan schrijft de Luisterpiet dat in het Grote Boek van Sinterklaas. En o wee als je in het Grote Boek terechtkomt. Dan moet je misschien wel mee naar Spanje.
En dat bevalt me wel. Sterker nog, ik zal de Goedheiligman eens bellen en vragen of hij volgend jaar een paar weken eerder wil komen en een paar weken langer wil blijven. Nu ik er zo aan denk, klinkt de klank van dat prachtige Sinterklaasliedje weer in mijn hoofd. ‘Wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is de roe…’
Ik krijg spontaan een twinkeling in mijn ogen…

Mooi geschreven neef en zo is het