Laten we eerlijk zijn: een uitgeverij zoeken is een beetje als daten na je veertigste. Je weet wat je waard bent, je hebt ervaring, maar je hebt ook littekens en een mapje met afwijzingen dat je liever ‘archief’ noemt dan ‘pijnlijke herinneringen’.

Toch begint het altijd hetzelfde. Je opent je laptop met een vastberadenheid die grenst aan zelfoverschatting. Dit keer wordt het anders. Dit keer snappen ze het meteen. Dit keer leest iemand mijn synopsis en roept hardop:

‘EIN-DE-LIJK. Waar was dit al die tijd?’

Vanaf daar gaat het niet meer over mij, maar over Frank.

Frank die ooit alles had wat je kunt verliezen. Succes, muziek, een naam. En nu vooral probeert te overleven met dat ene tastbare bewijs dat het ooit anders was: een gouden plaat onder zijn arm. Geen metafoor. Gewoon een ding. Iets zwaars. Iets wat niet helpt als je op straat staat.

Hij belandt bij een daklozenopvang die hij maar al te goed kent. Niet omdat hij er sliep, maar omdat hij er vroeger hielp. Toen het leven nog overzichtelijk leek en de toekomst iets was waar je niet over nadacht. Dat detail bleef hangen. Omdat het schuurt. Omdat het iets zegt over hoe snel rollen kunnen kantelen.

In het heden, 2025, kruist Rijk opnieuw zijn pad. Een jeugdvriend die niet voorzichtig is en geen handleiding nodig heeft. Iemand die zegt wat niemand anders zegt: dat herstellen niet begint met vooruitkijken, maar met teruggaan. Dat je niets oplost door alles te laten liggen.

En dat verleden laat zich niet samenvatten. Het komt in flarden. In herinneringen aan geweld, armoede, drugs en aan Floor, die ene engel die hij nooit heeft kunnen vergeten.

Langzaam wordt duidelijk hoe Frank hier terecht is gekomen. Niet door één grote misstap, maar door jaren van ontwijken, vermijden en volhouden. Talent dat deuren opende en hoe hij deze met zijn angst weer dichttrok.

Met steeds weer die vraag: wanneer besluit je je jeugdtrauma het hoofd te bieden en af te rekenen met de vele demonen die je achtervolgen?

Daar gaat dit verhaal over. Over wat je doet als opstaan geen automatisme meer is. Over de keuze tussen blijven vluchten of eindelijk blijven staan.

Dat is wat ik opstuur. Iets dat pijn mag doen zonder sentimenteel te worden. En iets dat eindigt waar het eigenlijk begint: bij de vraag of een tweede kans nog mogelijk is als je er zelf niet meer in gelooft.

Dus ja, ik stuur hem weer op.

Jan Koning, verhalenverteller en een onverbeterlijk gelover in tweede kansen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *