Tijdens het hardlopen hoor ik iets dat me eventjes van slag brengt. Het is maar één zin: ‘Jij lijkt op mijn vader.’ En vanaf dat moment loop ik wel door, maar is mijn hoofd ineens druk met rekenen. En dat is tijdens het hardlopen zelden een goed idee.
Maar goed, ik neem jullie even mee naar het begin…
Ik ben dus aan het hardlopen met mijn Huckleberry – mijn vaste hardloopmaat, genoemd naar die legendarische uitspraak van Val Kilmer in Tombstone – als we twee jongens tegemoet lopen.
Ze zullen een jaar of zes geweest zijn. Gekleed in tenue van de lokale voetbalvereniging banen ze zich een weg over het voetpad met de bal roulerend van voet naar voet als ware ze schitteren in Camp Nou.
‘Messi! Messi!’ roep ik ze bemoedigend toe. Eén van de jongens stopt abrupt. Kijkt me aan alsof hij zojuist een levensveranderende openbaring heeft gehad en roept: ‘Jij lijkt op mijn vader!’
Pardon?
In een fractie van een seconde schiet mijn brein in standje paniek en rekenmachine. Want als dat zo is, dan betekent dit dat ik – inmiddels ‘slap vijftig’ – dus al opa zou zijn. PLEH!
Dat zou ook betekenen dat mijn zoon ergens rond zijn twintigste vader is geworden. En ja, ik heb in mijn leven heel wat twijfelachtige keuzes gemaakt. Dingen waarvan je hoopt dat ze nooit daglicht zien. Maar dat? Het zal toch niet?
Toch begint het te knagen. Want stel je voor. Dat er ineens, na een jaar of vijfentwintig, een enigszins bekende schim uit je verleden opduikt en het gesprek begint met: ‘Ik moet je iets vertellen…’ Slik…
En het gebeurt dus écht. Al is het veel minder vaak dan mensen denken. Niet die mythische 10% waar het internet graag mee gooit, maar eerder ongeveer 1 à 2%.
Dat is het percentage van de kinderen die blijken een andere biologische vader te hebben dan aangenomen. Nog steeds genoeg om je tijdens het hardlopen spontaan je liefdesleven uit 1999 te laten herbeleven.
Dus ga ik terug in de tijd. In gedachten hoor. Even langs oude relaties, vage dates en een zomer die ongetwijfeld is geëindigd met te weinig slaap en te veel bier. De meiden – inmiddels jongedames – die in het tijdsbeeld passen, passeren de revue.
Misschien moet ik ze ooit eens opzoeken. Niet om iets te bekennen. Gewoon om even een praatje te maken. ‘Hoe is het leven gelopen… en eh… lijken je kinderen toevallig op mij?’
De jongen rent alweer verder. De bal rolt. En wij lopen door. En ik? Ik ben vooral opgelucht dat ik deze avond gewoon thuiskom als vader. Niet als opa.
